Het tragische liefdesleven van Vincenzo Bellini

 

La straniera van Vincenzo Bellini, NTR ZaterdagMatinee, 14 mei. Door deFilharmonie uit Antwerpen, het Groot Omroepkoor en een keur aan solisten. Koninklijk Concertgebouw, 13.00 uur.

 

Klik hier voor meer informatie en kaartverkoop.
 

 

Poster van Casta Diva, film over het leven van Vincenzo Bellini.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

La straniera is een verhaal over de liefde, waarbij in dit geval de mannelijke hoofdpersoon moeite heeft met het concept monogamie.  Wat niet iedereen weet, is dat Vincenzo Bellini (1801 – 1835) ook zijn eigen heftige love story kende. Een verhaal dat zo als de basis voor een dramatisch libretto kan dienen.

 

Als arme conservatoriumstudent in Napels schnabbelde Bellini - zoals zo velen van ons - wat bij met het geven van zanglessen. Een van zijn leerlingen was de mooie en getalenteerde Maddalena, dochter van Francesco Fumaroli, president van het Hooggerechtshof. Zoals dat zo kan gaan, werden de twee stapelverliefd op elkaar.

 

Aanzoek geweigerd 

Na het bescheiden succes van zijn eerste opera, Adelson e Salvini, durfde Bellini het aan om de hand te vragen van de schone Maddalena. Het standsverschil zat hem echter danig in de weg. Het aanzoek werd door Maddalena’s ouders geweigerd en erger nog, ze verboden ieder contact tussen de geliefden.

 

Wanhopig beloofden Vincenzo en Maddalena elkaar dat hun hart nooit aan een ander zou toebehoren. Volgens Bellini zouden haar ouders, nog voordat hij tien opera’s had geschreven, van mening veranderen en hem smeken met Maddalena te trouwen.

 

 

Vincenzo Bellini

 

 

 

 

 

 

Op Maddalena’s opmerking dat dat nog wel heel lang kon duren, antwoordde hij: “Slechts een paar jaar. We zijn jong en kunnen wachten.”  Waarop de romantische Maddalena uitriep: “Laten we zweren trouw aan elkaar te zijn tot dat moment. En dat we na je tiende opera verenigd zullen zijn, dood of levend.” En zo geschiedde.

 

Sensatie

Vanaf dat moment ging het snel met de carrière van Bellini. Zijn derde opera, Il pirata, geschreven voor het beroemde theater La Scala in Milaan, was een sensatie en vestigde Bellini’s naam in Italië en de rest van Europa. Een paar opera’s verder schreef hij La sonnambula, de opera die Bellini tot op de dag van vandaag roem zou verschaffen.

 

Na het enorme succes van deze opera kreeg Bellini een brief van Maddalena dat haar ouders alsnog met hun huwelijk instemden. Bellini - op dat moment bezig met zijn allergrootste opera: Norma - reageerde echter koeltjes. Of het nu door zijn ambitie, roem of de sopraan Giulia Grisi kwam, is niet duidelijk, maar zijn enthousiasme voor de voorgenomen verbintenis met Maddalena was duidelijk afgenomen. Hij schreef terug dat hij druk bezig was met het schrijven van Norma en dat hij na de voltooiing ervan naar Napels zou komen om over het huwelijk te praten. Hij is echter nooit gegaan.

 

Gebroken hart

Maddalena stierf aan een gebroken hart. In haar afscheidsbrief, die ze Bellini vlak voor haar dood stuurde, herinnerde ze hem eraan dat ze na zijn tiende opera verenigd zouden worden, ‘dood of levend’. Vanaf dat moment werd Bellini in de nachtelijke uren geplaagd door Maddalena’s geest, in de gedaante van een duif. Toen Bellini I puritani, zijn tiende opera, voltooide, verscheen de duif in de partituur, slaakte tien zuchten en verdween.

Negen maanden later was Bellini dood.

 

 

 

Fragment Sono all'ara uit La straniera, gezongen door de fameuze Edita Gruberova. O.a. met het
Philharmonia Chor Wien o.l.v. Pietro Rizzo.

 

Tekst Marius Kwaks (tenor Groot Omroepkoor)

 

 

 

Deel dit artikel