Na haar studie Frans en Duits in Tilburg begon de sopraan Loes Groot Antink haar zangstudie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.
Hier studeerde zij bij Wout Oosterkamp. Tijdens haar studie volgde zij masterclasses bij o.a. Emma Kirkby en Anthony Rolfe-Johnson. Ook maakte zij deel uit van de opera klas, waar zij werkte met o.a. de regisseur Carl van der Plas.
Zij studeerde af in 1991. Hierna volgde zij lessen bij Marianne Dieleman en Bernarda Fink. Momenteel wordt zij gecoached door Barbara Pearson en Peter Nilsson.
Zij is vast aan het Groot Omroepkoor verbonden sinds 1998. Daarnaast zong zij jaren in het Amsterdam Baroque Choir o.l.v. Ton Koopman.
Als soliste was zij te horen in o.a. Mozarts "Requiem", "Mis in c klein" en het "Exultate Jubilate"; in de "Elias" van Mendelssohn-Bartholdy, het "Te Deum" uit de "Quattro Pezzi Sacri" van Verdi, het "Miserere" van Allegri, "Judas Maccabaeus" van Händel en het "Weihnachtsoratorium" van J.S. Bach.
Tevens zong zij zowel Belinda als Dido in "Dido and Aeneas" van Purcell en ook de rol van Cathérine in "Le mariage aux lanternes" van Jaques Offenbach.