Passietijd – de Nederlandse gekte!

Het begint weer: de passietijd, voor velen betekent dat naar de Matthäus-Passie gaan, tijd nemen voor afzondering, geloof en spirituele aandacht. Voor anderen is dat juist zich onder de mensen mengen en samen de Passiespelen beleven. Sommigen verheugen zich simpelweg op het tuinieren en op het begin van de lente en voor het gros is het de tijd om de familie te bellen om een Paasbrunch af te spreken. In ieder geval is het een time out, een periode waarin we ons allemaal graag terugtrekken uit het dagelijks leven om tot inzicht of rust te komen. Voor de ene speelt de natuur of familie de hoofdrol, voor de andere de muziek. Een bevriende zangeres, die ieder jaar de Matthäus in de beste zalen en kerken van Nederland zingt, zegt tegen me: ‘tijdens de passieweken slaap ik apart van mijn man, anders kan ik niet goed zingen.’ Zo, zeg ik, de Nederlandse gekte begint weer!

 

Door Ewa Maria Wagner

 

Passie met extra dimensie

Het Latijnse woord passie betekent een sterk gevoel van liefde, verlangen en hartstocht maar verwijst tegelijkertijd ook naar het lijdensverhaal van Christus. In het woord schuilt een dynamiek van twee tegenpolen: leven en dood – waarbij het leven, liefde en hartstocht, tegenover de dood staat, de lijdensweg en de marteling van Christus. Hoe kunnen we dat duiden? Drie dagen na de kruisiging staat Jezus uit de dood op. Is er leven na de dood?

 

Het besef dat ieder begin een einde heeft, krijgt hier een extra dimensie: we zijn gewend aan de cyclus dat na de geboorte de dood volgt. Het passieverhaal vertelt ons echter dat er ook na de dood een nieuw leven komt. Deze troostende – zelfs vernieuwende – gedachte tilt de symboliek van passie uit boven haar religieuze betekenis. Er gaat iets open wat er niet was, telkens opnieuw door de eeuwen heen bezielt dit denkbeeld nieuwe generaties waardoor dit tegenwoordig ook een belangrijk seculier feest is geworden. 

 

Calvinisme in passietijd

Vele kunstenaars en componisten voelden zich in de loop der eeuwen tot dit denkbeeld aangetrokken, wat we tot vandaag in schilderijen, boeken en composities terug kunnen vinden. In de muziek vallen vooral in de Barokperiode werken van onder anderen Johann Sebastian Bach op, die op kerkelijke teksten gebaseerd zijn: Matthäus-Passion, Johannes-Passion en cantates die aan de boodschap van de Goede Week en Pasen herinneren om ons aardse leven te relativeren. In de 16de eeuw drukte het Calvinisme - een kerkelijke stroming op basis van het gedachtegoed van Johannes Calvijn - een zwaar stempel op de christelijke leer in Nederland en Vlaanderen. De invloed op de Nederlandse sociale en politieke verhoudingen was groot. Met Calvinisme associeert men tot de dag van vandaag een verzameling eigenschappen die als typisch Nederlands beschouwd worden. Waaronder: ingetogen gedrag, matigen in het uiten van emoties, weinig waarde aan bezittingen hechten, starheid in principes, soberheid, zuinigheid en lijdzaamheid. Dat deze kenmerken tot vandaag de Nederlandse ziel beïnvloeden, wordt graag juist tijdens de passietijd in verband met de Matthäus gebracht.

 

Ook al ben ik niet in Nederland geboren, ik beluister het passie-cultwerk de laatste jaren regelmatig. Zelfs als de kerken waar het uitgevoerd wordt zo koud zijn dat de concertmeester met een bivakmuts op de vioolsolo tijdens “Erbarme Dich” moet spelen, zoals ooit Bouw Lemkes, een leerling van Oscar Back, presteerde. Dan denk ik: stel je niet aan en matig je emoties, het leven staat altijd boven de kunst – en dan schrik ik van het calvinistisch effect op mijn niet-Nederlandse ziel. Ik kom in opstand.

 

In mijn stille verweer tegen de Matthäus en de Nederlandse preoccupatie ga ik nu met opzet naar andere passiemuziek luisteren. Die van Johann Walter is me te polyfoon, de Johannes Passie van Sofia Goebaidoelina is al sfeervoller maar voelt te ver van me vandaan en de St.Luke Passion van Krzysztof Penderecki is te... 'powerful'. De juiste verstilling vind ik pas in Deus Passus van Wolfgang Rihm. De muziek smelt samen met de woorden, het sterk contemplatieve element brengt me tot rust en reflectie – en dan ontdek ik dat Rihm het in navolging van de Matthäus-Passion geschreven heeft ter ere van de 250ste sterfdag van... Bach.

 

Typisch Nederlands

Blijkbaar kom ik niet verder zonder Bach en zijn Matthäus. Hoe komt het dat het stuk zo'n sterke traditie kent in Nederland?

De Matthäus-Passion is een synoniem van de passietijd geworden. Het raakt de Nederlandse zielen: katholieken, protestanten, atheïsten en muziekliefhebbers  – even sterk. De allereerste Nederlandse uitvoering vond plaats in het jaar 1870. Woldemar Bargiel, nota bene een stiefbroer van Clara Schumann, legde het fundament voor deze traditie toen hij het stuk met een gelegenheidsorkest voor het eerst uitvoerde in de Rotterdamse Doelenzaal.

De jaren daarna verzwakte de belangstelling voor de Matthäus al gauw, men vond de stijl van Bach 'onmelodisch, droog, berekend en vooral onbegrijpelijk'. In 1907 heeft Johannes Verhulst de tweede poging gedaan – dit keer in Amsterdam.

'Maar ook het Amsterdamse publiek had het er aanvankelijk maar moeilijk mee', schrijven Micha Spel en Floris Don in hun luistergids De Matthäus – Passion. ‘Tijdens het slotkoor begon de zaal leeg te stromen, waarop Verhulst met tranen in de ogen schijnt te hebben uitgeroepen: Menschen, wat doen jullie nou, nou lopen jullie weg bij het mooiste keur, dat er ooit geschreven is!

Na Verhulst en Julius Röntgen was het Willem Mengelberg die er met het Concertgebouworkest in slaagde de Matthäus tot een jaarlijkse traditie in Nederland te maken. Gelovig of niet, jong of oud – het maakt niet uit, de bewondering voor dit stuk wordt ieder jaar intenser. Bijna vier uur lang in een koude kerk op een harde houten bank zitten en naar een werk luisteren dat je soms niet helemaal begrijpt is een traditie geworden die in buitenlandse gidsen naast fietsen, tulpen en molens 'typisch Nederlands' genoemd wordt.

 

Wolfgang Rihm: een passie van deze tijd

Hoewel Bachs werk zeer hoog op mijn lijstje staat, begin ik dit jaar te twijfelen. Ga ik naar de Matthäus of naar Deus Passus op Goede Vrijdag? Rihms muziek is universeel, zijn werk is van mijn tijd en ontstijgt de religieuze betekenis van het passieverhaal. Komt dat doordat de componist voor het evangelie van Lucas kiest? Of zijn het de citaten van Paul Celans sombere poëzie over de Holocaust op het eind? Rihm doet in ieder geval iets heel ongewoons, hij legt het Lucas-evangelie uit het Nieuwe Testament, de passages uit de rooms-katholieke liturgie uit het Oude Testament en de naoorlogse poëzie over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog naast elkaar. Het laat me niet los en dwingt me anders ernaar te luisteren.  

Wat weet ik van de apostel Lucas? Hij sloot zich pas rond zijn 50ste aan bij het gezelschap van de apostel Paulus en was de enige 'niet-jood' van alle bijbelauteurs. Misschien daarom benadert hij het verhaal van Deus Passus (de lijdende God) vanuit de mythische verbeelding en zet – bewust of niet - 'god' in een context van een tijdloos archetype. In zijn versie vindt de lezer geen Rabbi maar Kyrios (Heer) en Epistates (Meester). Als geboren Griek richt Lucas zich veel meer tot de 'anders-gelovigen' – met name heidenen en hellenisten, die de Griekse Goden vereerden, dan tot de Joden.

 

Menselijk drama

Rihm ziet in het lijden van Jezus eerder een menselijk dan een goddelijk drama. Als een Duitse componist die zeven jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog geboren is, abstraheert hij de erfenis van de recente geschiedenis tot 'in-de-steek-gelaten-worden', tot God die het lijden op aarde toch niet tegen kan houden. En zo ontdoet hij de passie van een christelijke boodschap. Rihm vertaalt teksten in sfeervolle muziek. Juist de zachte klanken die haaks op de teksten staan en de sterk meditatieve ondertoon inspireren me tot het zoeken naar mijn eigen vertaling. En toch blijft de essentie van Rihms muziek voor mij veelduidig.

Zelf zegt hij over Deus Passus: ‘ik wil de luisteraar niet een bepaalde kant uit sturen, artistieke vrijheid is mijn credo.’ Hij heeft het over tegenstellingen die, verbonden met elkaar, nieuwe emoties oproepen. ‘Muziek,’ volgens Rihm, ‘moet vol emotie zijn, en de emotie vol complexiteit. Alleen dan zullen de oren opengaan en luisteren. Datgene wat men nog niet begrepen heeft, is het interessantste.’

De woorden 'emotie vol complexiteit' en 'nog niet begrepen' blijven bij me hangen. Nog geen maand geleden is mijn vader overleden. Mijn emoties verschoven toen naar een andere tijdzone en aardse dingen verloren hun prikkels. Minuten transformeerden tot uren en mijn lifeline voelde ineens enkel: vanaf nu was ik een wees.

Een samenstelling van woorden als naakt, broos, eenzelvig, leeg, solitair, gemis en verlaten werpt een complexe schaduw op iedere volgende dag. Denken, eten, lopen en slapen begrijp ik sindsdien niet. Het leven gaat door, zegt iemand tegen me. Clichés pogen soms de trivialiteit van het leven tot kracht te maken, maar voor mij klopt het niet. Meteen probeer ik te relativeren: het leven gaat misschien wel door maar het 'ontbreken', het 'niet-zijn' van mijn vader blijft onveranderd. 'Muziek', denk ik koortsachtig, 'ik moet het gat dat na zijn dood is ontstaan vullen, en ik grijp naar de cd met Deus Passus van Rihm die ik meer dan vijftien jaar geleden in Duitsland heb gekocht. Maar de cd-speler loopt net zo vast als ik. De stilte om mij heen is ondragelijk. Mijn iPad biedt een uitweg, op de zwarte achtergrond van de Spotify App verschijnt een afbeelding van de cover, dezelfde die nu op mijn woonkamertafel ligt. Opgelucht druk ik op een wit pijltje bij nummer 1: Das is mein Leib.

 

Perpetuum mobile

Misschien is dit het geheim, luisteren naar muziek die jouw pijn ordent, die je niet alleen troost maar ook jouw leven in een nieuwe richting stuurt. Ik kijk naar buiten, de tuin baadt in de eerste zonnestralen van de maartzon. De kleine knopjes op de bomen zijn nog zwart, de struiken kaal, alles moet nog beginnen. Na de winter komt de lente, na de geboorte de dood en dan begint alles opnieuw. Een draaiende cyclus, een eeuwig perpetuum mobile van leven en dood en weer leven.

 

Ik verheug me op de komende weken, op de Nederlandse passiegekte en op de muziek. Voor me ligt naast de cd een stapel kranten met een programmaboekje van TivoliVredenburg bovenop. Ik pak het en waag de laatste poging een Matthäus-uitvoering op te zoeken maar stuit op de uitvoering van Rihms Deus Passus in het AVROTROS Vrijdagconcert. Ik lees de namen van de solisten, van de dirigent en van het orkest – mijn favoriete orkest. Als de muziek op Spotify verstilt, pak ik de telefoon en vraag het meisje van de kassa naar de kaarten. Zou ik de Matthäus missen?

 


> Vrijdag 14 april 2017 (Goede Vrijdag) 

AVROTROS Vrijdagconcert

Een eigentijdse Passie

TivoliVredenburg, Utrecht, 20:15 uur 

(de radiouitzending begin om 20:00 uur op NPO Radio 4)

 

Radio Filharmonisch Orkest
Groot Omroepkoor

Markus Stenz dirigent
Anna Palimina sopraan
Olivia Vermeulen mezzosopraan
Cécile van de Sant alt
Mark Omvlee tenor
Miljenko Turk bariton

 


Speciaal voor dit concert maakte musicoloog Thea Derks een toelichting op Rihm's Deus Passus in een kort essay, dat voorafgaand aan het concert wordt uitgezonden op Radio 4. U kunt het hier alvast beluisteren:

 

Deel dit artikel