Roland Kieft: ‘Ik schrik niet van een beetje emotie’

 

Roland Kieft leidt sinds 1 april de Stichting Omroep Muziek (SOM), het bestuurlijk huis van het Groot Omroepkoor (GOK), het Radio Filharmonisch Orkest (RFO) en de concertseries van de omroep.  Wat kan het publiek van hem verwachten de komende jaren? ‘Ik wil dat we op meer plekken te zien zijn. Met nieuwe presentatievormen en nieuw publiek.’

 

 

 


'Er zijn maar weinig orkesten en koren zo goed in het spelen en zingen van complexe klassieke muziek'


 

 

 

 

 

De Volkskrant interviewde je in 1995, je was toen 34 en net dirigent af. De journalist schreef het volgende over je ambities: ‘Hem staat een nieuw beeld voor ogen: dat van de inspirerende manager, koud en gevoelig tegelijk, geduldig en tactvol.’ En citeerde je vervolgens: ‘Op je vijfenveertigste ben je, schat ik, wel door al het water gewassen.’ We zijn nu ruim twintig jaar later, is die voorspelling een beetje uitgekomen?

‘Grappig dat jullie dit gevonden hebben. Nou, ik voel me hier in ieder geval als een vis in het water. Weet je wat het is? In dit soort organisaties ben je erg afhankelijk van de passie en intrinsieke motivatie van de zangers, muzikanten, programmeurs en kantoorstaf. Dat moet je als manager respecteren en koesteren. Aan de andere kant: neem het orkest, dat is eigenlijk een piano die hoopt dat bij elk concert al zijn toetsen worden bespeeld. Maar dat lukt de ene keer beter dan de andere. Het RFO is een erg ambitieus orkest, dat is een groot goed. Het is een orkest met grote idealen. Of die idealen altijd realistisch zijn is wat anders. Dan is het mijn taak om mensen af en toe een spiegel voor te houden.’

 

Nog even terugkomend op die piano: zijn de toetsen de muzikanten of de verschillende facetten van alle muzikanten?

‘Het laatste. Er zit een enorm potentieel in koor en orkest. En dan wil je natuurlijk het liefst zowel de technische kwaliteiten als de innerlijke rijkdom van alle muzikanten optimaal naar voren halen. Dat probeer ik wel eens uit te leggen aan sponsoren: je hebt het als dirigent niet structureel in de hand, maar soms lukt het. Dan kom je als muzikant en als collectief in een soort nieuwe dimensie terecht. Het publiek voelt dat ook. Dat je even het gevoel hebt alsof je het leven begrijpt. Die momenten van kippenvel, die geven je leven betekenis.’

 

Ongekend hoog niveau

Stel je zit deze zomer in een stoel op het terras van een strandtent. Een man die je net hebt ontmoet, vertel je over je nieuwe baan als directeur bij de SOM. Maar die man heeft geen idee wat de SOM is. Wat zeg je dan?

‘Dan zeg ik dat we een orkest, een koor, een drietal  concertseries en een gebouw zijn, die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de klassieke muziek in Nederland en daarbuiten. Dat er in ons land geen organisatie is die zoveel aan nieuw-gecomponeerde en relatief onbekende muziek doet als de SOM.  En dat we in de hele wereld bekend zijn, omdat we dat op een ongekend hoog niveau doen.’

 

‘Niettemin, we moeten ons echt beter profileren. Er zijn maar weinig orkesten en koren zo goed in het spelen en zingen van complexe klassieke muziek. En dat met vaak absurd weinig voorbereidingstijd. De ZaterdagMatinee is wereldberoemd, en koor en orkest zijn daar dé muzikale basis van. Dat verhaal moeten we beter vertellen.’


Bekijk hier de veelbejubelende uitvoering van de opera Wozzeck van Alban Berg op 4 juni in de ZaterdagMatinee. Alle reacties op een rij.


Kroonjuweel

Je gaf in dit gesprek al aan dat je geen volger bent, maar liever de boel openbreekt. Wat gaan musici en publiek van je komst merken de komende jaren?

‘Ik wil dat we meer betekenis voor de publieke omroep krijgen. Kijk, aan onze bijdrage aan de ZaterdagMatinee ga je niet morrelen. Dat is kwalitatief zo bijzonder, dat loopt qua bezoekersaantallen ook goed, dat is onze traditionele basis. Maar als we ons alleen op de ZaterdagMatinee blijven focussen, zijn we té kwetsbaar.’

 

‘We hebben als koor en orkest ook veel meer potentie in huis, al realiseren we ons dat niet altijd. We moeten in nauwe samenwerking met onze partners op zoek naar nieuwe presentatievormen en nieuw publiek. Er komen steeds minder mensen die zijn opgegroeid met klassieke muziek.  Er zijn echter wel steeds meer omnivore muziekliefhebbers met een latente belangstelling voor klassiek. Maar die willen dat wel gepresenteerd zien in een context met een goed verhaal. Op een voor hen aantrekkelijke locatie. Kijk naar Pieces of Tomorrow (klassiek concert in TivoliVredenburg met een introductie, dj en visuals. En biertje mag mee naar binnen - red), dat is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot een kroonjuweel. Daar zie je mensen die je normaal nooit bij het GOK of RFO ziet.’

 

Hoe komt dat? Is dat alleen de locatie?

‘Je ziet daar dat er een jongere generatie bestaat die intensief kan genieten van klassieke muziek, maar die zich niet meer afvraagt: is dit nou vroege of late romantiek? Zij waarderen de muziek omdat ze zich herkennen in de ideeën en emoties van de componist en de muzikanten die vanuit de muziek spreken. Voor hen vloeien pop, jazz, klassiek, wereldmuziek logisch in elkaar over, als de innerlijke werelden die erin schuil gaan maar iets met elkaar gemeen hebben. Voor het koor en het orkest geldt dat we verbindingen willen zoeken met andere muziekgenres, maar dan wel op een geloofwaardige manier die bij ons past. Ik zeg dan: zo’n samenwerking met Kyteman? Helemaal goed. Maar een concert met Lee Towers vind ik dan wat minder interessant.’

 

Fragment uit de Negende symfonie van Bruckner, gedirigeerd door Bernard Haitink, met het RFO, in de ZaterdagMatinee op 27 februari dit jaar. 

 

 

Beethoven uit het hoofd

Heb je inspiratiebronnen in het buitenland?

‘Nou, zo’n Engels orkest als Aurora bijvoorbeeld, die zijn wel met spannende dingen bezig vind ik. Die spelen bijvoorbeeld Beethovens Pastorale helemaal uit het hoofd. Dat klinkt voor een leek misschien niet zo spannend, maar dat heeft nogal wat consequenties. Het hele orkest staat, er zijn geen lessenaars, waardoor je veel flexibeler bent. Er ontstaat veel meer interactie tussen de muzikanten onderling. En met het publiek.’

 

Zie je orkest en koor meer gaan reizen in de toekomst?

Resoluut: ‘Nee, los van een concertreis eens in de twee jaar niet nog meer. We hebben twee interessante podia. Het Concertgebouw is uniek natuurlijk. En in TivoliVredenburg zijn we het enige symfonieorkest, dat is ons thuis.’

 

Maar de mensen in Eindhoven en Groningen verdienen het RFO en het GOK toch ook?

‘Ja, maar ik vind dat we ons niet teveel moeten manifesteren in omgevingen waar al andere orkesten actief zijn. Ik wil geen kou in de lucht creëren daar. Kijk, met het koor ligt het anders. Daarmee reizen we veel meer, ook omdat we met het GOK een nationale taak hebben, als het enige grote, professionele koor dat nog over is.’

 

Veel meer een ideeënfabriek

Hoe zie je de toekomstige relatie met de omroep?

‘Ik geloof hartstochtelijk dat we intensief met de publieke omroep moeten blijven optrekken. Met alle multimediale kennis en faciliteiten die ze bij de omroep in huis hebben, moeten we toch meer bijzondere dingen kunnen realiseren? En wij zijn het enige koor en orkest dat direct verbonden is met de publieke omroep. Ik  denk wel dat we onze verbinding met de omroep moeten versterken, bijvoorbeeld door ook op andere manieren bijdragen te leveren aan televisieprogramma’s.’

 

‘Ik zou bijvoorbeeld graag de hofleverancier zijn van Zapp en Zappelin als het over klassieke muziek en muziekeducatie gaat. We moeten veel meer een ideeënfabriek zijn en zelf nadenken over wat we voor de omroep en andere partijen kunnen betekenen.’

 

 

Tekst en interview: Ewa Maria Wagner en Stan van Herpen

 

 

 

 

Deel dit artikel